donderdag 9 november 2017

Niks doen

Vorige week waren we in één van onze buurlanden, net als ons woonland een '-stan' en net als ons woonland op papier een democratie, terwijl in werkelijkheid 'autoritair leiderschap' de lading een stuk beter dekt. We reisden een week door dit buurland. Een land met een rijke historie en cultuur en een aantal beroemde steden die in vroeger tijden een centrale rol speelden op de oude zijderoute. Er was veel te zien en de week was kort, dus we hadden een goed gevuld reisplan. Niks doen werd desalniettemin mijn thema van de week.

In de verschillende steden bezochten we schitterende madrassahs, moskeeën en mausolea, allemaal voorzien van een blauwe koepel en indrukwekkende mozaieken in prachtige patronen. Aan het einde van dag twee vroegen de kinderen zich af hoeveel blauwe koepels ze nog zouden moeten bekijken. Het waren er dan ook heel veel. Ik verbaas mij elke reis weer over de hoeveelheid cultuur en geschiedenis die de kinderen tot zich nemen, geduldig luisterend, rondkijkend en vragen stellend. Ze zijn er van jongs af aan aan gewend dat wij onze vakanties doorgaans niet doorbrengen op de camping of aan het zwembad, maar soms overstijgt hun uithoudingsvermogen het mijne.

Het is een kwestie van balans. Een dagdeel cultuur en geschiedenis en een dagdeel kindvriendelijker activiteiten zoals een park, een interactief museum, een zwembad of heel veel ijs. Het is ook een kwestie van slimme truukjes. Geef je kind een eigen fototoestel. Niet zo'n kindertoestelletje waar net twintig fotos van belabberde kwaliteit op bewaard kunnen worden, maar een eenvoudig digitaal cameraatje met extra geheugen voor heel veel fotos en filmpjes. Onze kinderen scheppen groot genoegen in het maken van filmpjes (met zoon achter en dochter voor de camera) waarin ze hun denkbeeldige achterban – bestaande uit duizenden trouwe subscribers van hun youtube kanaal – met verve op de hoogte brengen van, wel, van alles. Van de historische achtergrond van het bouwwerk dat ze bezichtigen, via het ontbijt in het hotel en de beschikbare televisie kanalen, tot het aantal minuten dat hun vader op het toilet doorbrengt.

Ze maken ook een dagboek van elke reis. Toegangskaartjes, treintickets, boardingpasses, kaartjes van de hotels, alles wordt er in geplakt en aangevuld met tekeningen. Ze schrijven over dat wat hun aandacht trekt, hoogtepunten, dieptepunten, de ene dag meer dan de andere dag. Thuis lezen ze vaak en graag hun dagboeken, geschreven op multomap blaadjes zodat er altijd nog wat kan worden bijgevoegd, er alleen een pakje papier in de rugzak mee op reis hoeft en alle dagboeken bij elkaar in een multomap bewaard worden, als een persoonlijk reisboek. Het maken van een dagboek houdt hun herinneringen levendig en vergroot het reisplezier.

Ik dwaal af. Niks doen dus. Op dag drie namen we de hoge snelheidstrein voor een reis van twee uur. De trein was snel, comfortabel en schoon. Ik ging zitten, keek een minuut of tien naar de voorbijrazende katoenvelden en werd vervolgens enigszins onrustig. Ik besefte namelijk dat ik zin had om niks te doen. Gewoon zitten en he-le-maal niks doen. Uiteraard had ik met niks doen geen rekening gehouden. Voor de drie treinreizen die we tijdens onze trip zouden maken, had ik mijn Russische huiswerk, een boek en mijn schrijfschrift meegenomen. Ik zou die treintijd namelijk uiterst nuttig besteden en op de hielen gezeten door mijn vermaledijde te-doen-lijst die dag en nacht in mijn nek hijgt en die naarmate ik meer afstreep alleen maar langer in plaats van korter lijkt te worden, was niks doen op vakantie duidelijk geen optie. Maar daar zat ik, met ineens een niet te negeren zin in niks doen. Niet lezen, niet schrijven, niet leren, zelfs niet naar buiten kijken. De ijzeren discipline die zich ooit, lang geleden, in mij nestelde, beschouwt niks doen doorgaans als ongewenste tijdverspilling en houdt me met vaste hand en strenge blik op de koers die de te-doen-lijst mij onverbiddelijk als door een megafoon onophoudelijk toeschreeuwt.

Hardnekkig proberend een nieuwe koers uit te stippelen, besloot ik mijn hakken in het zand te zetten en niks te doen. Eėn uur en vijftig minuten lang. Mijn voldoening was groot toen ik dit niet alleen voor elkaar kreeg, maar er bovendien oprecht van genoot. Zonder schuldgevoel stak ik een denkbeeldige tong uit naar mijn dwangmatige ik en vierde mijn succes met een triomfantelijk gevoel van innig welbehagen.

Voortaan bovenaan de te-doen-lijst: een kwartiertje niks doen.
November 2017

maandag 30 oktober 2017

pyjama


Zoon had een nieuwe pyjama nodig en afgelopen zomer spotte hij op de Nederlandse markt een skaters stofje. Het patroon tekende ik zelf, aan de hand van een reeds in gebruik zijnde pyjama broek en het raglanpatroon dat ik onlangs voor dochter tekende

Zoon, kan je misschien een keer op de foto zonder te d.... Nee dus, dat kon niet.


maandag 16 oktober 2017

Beter

“Ik denk dat ik gewoon beter ben, maar ik zal niet tegen papa zeggen dat ik van je heb gewonnen”, zei hij met een grijns. Het was nooit de bedoeling geweest om tegenover mijn zoon op de tennisbaan te eindigen en nog minder om vervolgens glansrijk ten onder te gaan en met grote cijfers te verliezen van mijn negenjarig kind. “Maar je tennist wel vrij slecht, mam”, voegde hij er nog aan toe, met een sussend klopje op mijn bezwete rug.

Onze kinderen zijn vrij om, binnen de grenzen van het mogelijke, hun eigen hobbies te kiezen. Zoon koos vorig jaar voor tennis, gewoon zomaar, uit het niets. Man noch ik zijn tennissers. Lang geleden, toen ik in Ecuador woonde, vrijgezel was en eindeloos lange dagen werkte, besloten een collega en ik iets aan sport te gaan doen. Het werd tennis, op het pleintje. Met onze werktijden was de enige optie half zes 's ochtends. Dat lukte ons welgeteld drie keer, toen gaven we er, overmand door slaapgebrek, de brui aan.

Een vriendin vertelde me onlangs dat iemand ooit ergens na een grootscheeps onderzoek tot de conclusie was gekomen dat muzikale kinderen vaak tennis als sport kiezen. Waar of niet, zoon is een muzikaal kind met aanleg en passie voor tennis. Dochter zag tennis ook wel zitten en uit praktisch oogpunt ben ik groot voorstander van synchroon lopende hobbies. Maar waar dochter voornamelijk met haar racket over de baan danst op de muziek die uit de kantine schalt en nog altijd zeker zoveel ballen mist als raak slaat, is zoon aan het tennissen. Snoeiharde strakke ballen, met preciezie geplaatst.

Er is meer dat zoon kan en ik niet. Gitaar spelen. Drummen. Maar omdat ik hem nog altijd kan helpen en bijsturen, voelt dat anders dan te worden ingemaakt op de tennisbaan. Of een sprintje niet meer vanzelfsprekend te winnen. Of tijdens een potje voetbal moeiteloos voorbij gepingeld te worden. De tijden van het kind laten winnen zijn voorbij. Met weemoed denk ik terug aan de jaren waarin we genoten van de opgetogen smoeltjes als ze hadden 'gewonnen'. Nu het voor het karakter best goed zou zijn als ze eens zouden verliezen, krijgen we het niet meer voor elkaar, hoe hard we ons best ook doen.

Taal, ook zo'n ding tegenwoordig. Met een Nederlandse moeder, een Spaanse vader en Engelstalig onderwijs, zijn onze kinderen drietalig. Bovendien leren ze nu Russisch ėn de lokale taal. Stug doorploeterend ga ik in het Russisch nog altijd aan de leiding, maar van de lokale taal heb ik geen kaas gegeten. In de wetenschap dat hier meer mensen Russisch dan de lokale taal spreken en me bewust van de moeilijkheidsgraad van het Russisch, hou ik het daarbij. Maar op school leren de kinderen dus beide talen. Gevolg: mijn kinderen spreken een taal die ik niet beheers. Dat is een zeer eigenaardige gewaarwording. Waren het eerst losse woordjes, inmiddels zijn het conversaties. En ik sta er bij en kijk er naar.

Het zal een nieuwe fase zijn. De fase die volgt op de 'ik heb kleine kinderen' fase. En die voorafgaat aan de fase van het loslaten en de fase van de puberteit die ongetwijfeld met rasse schreden nadert. Als ik daar aan denk, breekt het zweet me uit. Dan toch liever dat sussende klopje op mijn natte rug. “Je bakt er niks van, mama. Ik ben gewoon beter.”
October 2017

woensdag 4 oktober 2017

Raglan trui


Zoals gezegd, kocht ik wafelstof in meerdere kleuren. Na de Nore jurk maakte ik nu een trui. Het patroon nam ik over van een trui die al in dochter's kast ligt, ook geheel gemaakt uit niet-rekkende stof en daardoor met een iets wijdere hals. We zijn nog altijd fan van wafelstof en nog niet door alle kleurtjes heen!



zondag 24 september 2017

Ham

We zien elkaar als ik in Nederland ben. Doorgaans hooguit twee keer per jaar. Mijn allerliefste vriendin sinds we acht jaar jong waren. Deze zomer gingen we een dag naar het bos. Stokken slepen, hutten bouwen, pootje baden in het meer. De kinderen samen spelend alsof ze bij elkaar om de hoek wonen en elkaar wekelijks zien. Wij pratend, verdergaand waar we gebleven waren alsof we, net als vroeger, veelvuldig bij elkaar op de bank zitten, thee drinkend en chocolade etend. Vroeger vroegen de mensen vaak of we zussen zijn, al lijken we uiterlijk niet echt op elkaar. Innerlijk wel. Geen twee druppels water, maar overeenkomsten genoeg.

Het bos dus. Na een aangename middag keerden we terug naar haar huis voor een eenvoudig avondmaal voor we de trein terug zouden nemen. Terwijl wij in het bos waren, pratend en genietend, had haar man boodschappen gedaan. De tafel gedekt. Een salade gemaakt. Op het moment dat wij binnen kwamen, was hij tosti's aan het maken. Een flinke stapel, vier hongerige kinderen. Ik dacht: Wow, wat een man. Zij zei: Wat heb je nou voor ham gekocht, die smaakt naar niks! En daar was de spiegel. Levensgroot. Haarscherp. Ik hoorde mezelf. Niet, zoals zij, een losse opmerking die direct overwaaide, maar mezelf, dag in dag uit. Ik heb ook een wow-wat-een-man. Maar ik bekritiseer de ham die hij koopt elke dag. Wat mij niet bevalt, moet hij bezuren. De oorzaak ligt zelden bij hem, het probleem in kwestie is doorgaans een futiliteit. Maar mijn vinger wijst. Jij. Ik weet uiteraard heel goed dat die vinger naar mijzelf zou moeten wijzen. Ik zit niet goed in mijn vel? Dan zal ik daar ik daar iets aan moeten doen. De bal ligt bij mij.

Het ham-incident is bij mijn vriendin thuis allang vergeten. Hier niet. Het was een scherpe, glasheldere spiegel voor mij en meerdere keren per week snoer ik mezelf de mond, als een soort mantra herhalend, “Ham. Ham. Ham.” De bal ligt bij mij en ik zal hem aan het rollen krijgen. Het is geweldig om een wow-wat-een-man te hebben, maar het zou nog leuker zijn als die wow-man ook een wow-wat-een-vrouw zou hebben.

Laatst kwam een vriendin eten. Terwijl wij gezellig aan het bijpraten waren, nam man de taak op zich om de broccoli te koken. Die kwam uiteindelijk zachter op tafel dan mij lief is. Voordat ik mijzelf aan de ham kon herinneren, zei ik het. “De broccoli is te gaar gekookt. Alweer.” Vriendin reageerde sussend dat de kinderen er niet wakker van zouden liggen. Tijdens het eten bedankte ze man voor de heerlijke maaltijd die hij had gekookt terwijl wij aan het bijpraten waren.

Dat halflege glas van mij moet halfvol. De ham en de broccoli liggen op mijn bord. Ik zal kauwen en slikken tot alles op is. Vastbesloten.
September 2017

woensdag 13 september 2017

Nore dress


Ik ben fan van wafelstof. Ik had donkergrijs en lichtroze in de kast liggen, samen, alsof ze bij elkaar hoorden. Toen ik het patroon van de Nore dress onder ogen kreeg, was de optelsom snel gemaakt. Kopen, plakken, knippen. Ik knipte het patroon door daar waar ik de kleuren wilde laten samenkomen, recht toe recht aan. 






In de zomer kocht ik nog wat wafelstof in verschillende kleuren bij mijn favoriete stoffenkoopman op de markt. Ik zie hem twee keer per jaar als ik in Nederland ben, en altijd weet hij wie ik ben en in welk land we wonen. Altijd enthousiast. Hoe zou ik geen stof bij hem kunnen kopen? 

maandag 4 september 2017

Blote billen

Zevenentwintig uur. Het is half drie 's middags en de komende zevenentwintig uur zijn voor mij. Ik loop door de tuin naar de poort en draai die met een ferme zwaai op slot. Als ik me omdraai, glinstert het zwembad me tegemoet. Uit de keuken pak ik de dikste perzik die er ligt en verorber die in de schaduw op het terras. Zo zoet en sappig als de perzikken 's zomers op het eiland zijn, heb ik ze nooit elders geproefd. Ik eet er nog één. Het is drie uur en ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. De kip van onze verre buur kakelt over ons terrein. Heel in de verte mekkert een schaap. Verder is het stil. En leeg. Het is allemaal helemaal voor mij, de komende zesentwintigeneenhalf uur.

Ik ga een boek lezen. Ik ga eindelijk een boek lezen. In de hektiek van het dagelijks leven kom ik daar zelden aan toe. In de hektiek van de zomermaanden evenmin. Maar nu ga ik een boek lezen. Ik smeer me van top tot teen in met zonnebrandcrème. De rug blijft gedeeltelijk onbesmeerd. Ik doe alsof ik er geen erg in heb en trek mijn bikini aan. Twee dagen eerder bleek mijn bikini 's ochtends ineens volstrekt elastiekloos te zijn geworden en kocht ik bij de buurtsuper zonder te passen een nieuwe. De borsten zijn driekwart bedekt, de billen nog niet voor de helft. Als ik loop heb ik het gevoel dat het bilvlees bij elke stap uitbundig onder het lapje bikini vandaan zwabbert. Vandaag geeft het niks, ik ben alleen. Ik duik met een zwierige boog het zwembad in. Als ik weer bovenkom gaan de handen uit gewoonte direct naar de borsten om te controleren of het bovenstukje nog enigszins op zijn plek zit. Ik kijk om me heen en trek dan resoluut het bovenstukje los. Vroeger liepen we altijd topless op het strand, iedereen liep vroeger topless op het strand. Ergens gedurende de afgelopen twintig jaar is de norm een stuk preutser geworden. Maar in mijn eigen tuin gelden mijn eigen normen. Ik smeer uit voorzorg nog een extra laag factor 50 op de witte huid en vlij me neer op de ligstoel. Boek in de hand, fles water naast me en niemand om me heen.

Na een half uur lezen begin ik te dommelen. Ik besluit mijzelf een kort siesta te gunnen en draai me op mijn buik. Een dik uur later word ik wakker en probeer te doen alsof ik geen erg heb in het brandende gevoel op mijn rug, precies daar waar ik mezelf niet in heb kunnen smeren. Ik neem nog een verkoelende duik. Het is bijna vijf uur. Ik neem een flink stuk meloen. De meloen is 's zomers op het eiland al net zo zalig als de perzikken. Ik neem ook nog een perzik. Ik ga mijn kostbare uren niet besteden aan het koken van een éénpersoonsmaaltijd. De hangmat hangt inmiddels in de schaduw en mijn boek en ik nemen bezit van de kleurige lap die tussen de palmbomen hangt. Een uur of vier later begint het te schemeren. Mijn boek en ik verkassen naar het terras en voegen een glas wijn aan ons gezelschap toe. Ik drink zelden maar vandaag drink ik. Eén glaasje wijn. Ik neem nog een laatste duik, kleed me aan en eet nog een perzik. De vleermuizen zijn wakker en een grote uil strijkt op nog geen twee meter bij mij vandaan neer. Met grote ogen kijkt hij me aan en vliegt dan majestueus de duisternis weer in. Ik heb zo'n drievijfde van mijn boek gelezen.

Voldaan kruip ik mijn bed in. Het hele bed helemaal voor mijzelf. De dikke stenen muren van ons huisje heeft de slaapkamer koel gehouden. De houten luiken zorgen ervoor dat de slaapkamer pikdonker is. De afwezigheid van man en kinderen garanderen stilte. Ik word dan ook pas tegen tien uur de volgende ochtend wakker. Ik eet een stuk meloen en loop naar buiten. Het is al heet. De zon schijnt volop en het zwembad roept mijn naam. Ik smeer me weer in en doe mijn best zoveel mogelijk rug van een laag bescherming te voorzien. Ik pak mijn bikinibroekje van de lijn. Ik kijk naar het onooglijke lapje stof en de touwtjes die geacht worden de voor- en achterkant bij elkaar te houden. Ik draai mijn hoofd en probeer mijn billen in het vizier te krijgen. Ze zijn vooral erg wit. Ze steken groot af tegen mijn bruine rug en mijn bruine benen. Ik heb nog acht uur. Ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. Geen mens te zien. Ik kijk nogmaals naar het bikinibroekje. Nogmaals naar mijn witte billen. Met een grijns zwaai ik het bikinibroekje weer over het wasrek. Met de billen bloot duik ik het zwembad in. Ik trek een paar baantjes en leg mijn blote billen vervolgens te bruinen op de ligstoel.

Als ik een half uurtje later de laatste perzik uit de keuken wil halen, sla ik een handdoek om. Ik sta even stil en leg de handdoek dan terug op het ligbed. Is het preutsheid? Schaamte? Gewoonte? Hoe dan ook, ik besluit dat vandaag mijn blote billen dag is. Ik nestel me in de schaduw en lees. Af en toe smeer ik mijn witste delen weer in, lig een half uurtje in de zon, neem een duik. Om drie uur heb ik mijn boek uit. Vijfhonderdachtendertig pagina's in het Spaans. Vijf maanden lang lag het boek 's avonds naast mijn bed en sleepte ik het overdag met me mee, hopend op een verloren uurtje. Innig tevreden berg ik het boek op en controleer in de spiegel of mijn billen al een beetje aan het bijkleuren zijn. Ik weet zeker dat ze minder wit zijn dan vanochtend. Deze constatering moedigt me aan om nog een half uurtje zon te pakken. Bovendien dobber ik daarna ook nog twintig minuten op mijn buik op het luchtbed in het zwembad rond.

Als ik merk dat het stukje rug waar ik ook vandaag niet bij kon, erg rood aan het worden is, hou ik het voor gezien. Nog twee uur. In mijn blootje loop ik een ronde door de tuin. Ik kijk of er al rijpe citroenen aan de bomen hangen. Ik bewonder de groeiende sinasappels die we helaas niet zelf zullen opeten. Tegen de tijd dat ze rijp zijn, zijn wij al lang en breed weer thuis. Naakt ronddrentelend op mijn slippertjes voel ik me, hoe alleen ook, ongemakkelijk. Sinds mijn kindertijd heb ik buiten de beschutting van mijn eigen huis niet meer naakt rondgelopen. Ik ga naar binnen en pak een zomerjurkje uit de kast. Voor ik het over mijn hoofd laat glijden, kijk ik nog één keer om naar mijn blote billen. Tevreden constateer ik dat ze een kleurtje hebben gekregen. Het is net alsof ze iets minder groot lijken.

Over een uurtje zijn man en kinderen er weer. Vergezeld van opa, oma en tante. Ik stuur man een berichtje met de vraag of hij onderweg alsjeblieft perzikken wil kopen. En een meloen. Zo lekker als op het eiland vind je ze nergens.
September 2017

zaterdag 19 augustus 2017

Stofjes uit het hart


Die fantastische mevrouw Khadetjes stuurde een hele doos restlapjes op voor de naaigroep van het weeshuis waar ik elke vrijdag mijn handen uit de mouwen steek. Ze waren zo blij met al die mooie kleuren, al die mooie katoentjes.... Er is al heel veel mee genaaid. Zelfs de kleinste lapjes worden gebruikt! Het patroontje kan vaak nog zo eenvoudig zijn, als het stofje mooi is, is het eindprodukt een lust voor het oog!


Het is nog even vakantie. Straks wordt er weer geschreven en genaaid!

woensdag 2 augustus 2017

maandag 17 juli 2017

Als de leraar treitert

“Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt zoon met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor. 

Ik hoop dat het waar is. Dat kinderen veerkrachtig zijn. Zich snel herpakken. Vooralsnog lijkt het er op dat zoon in ieder geval sneller dan ik in staat is om dat wat was achter zich te laten. Wat gebeurd is, is gebeurd en nu gaan we verder.

Toen vorig jaar juni bekend werd wie de nieuwe leraar van zoon zou worden, rinkelden de alarmbellen. De leraar in kwestie had een reputatie die niet veel vertrouwen inboezemde. Een eigenzinnige stijl van lesgeven, waar een houten stok, luide stem, grove taal en doorgescheurde werkschriften deel van uitmaakten. Niettemin begon het jaar veelbelovend. Zoon vond zijn leraar cool’, met goede grappen en bergen beloftes. Al snel bleken de beloftes evenwel voornamelijk loos te zijn. Loze beloftes om de kinderen tevreden te houden en ter compensatie van alle grappen die niet zo ‘cool’ waren. De leraar bleek het namelijk buitengewoon geestig te vinden om zijn leerlingen te vernederen. Klopt je antwoord niet? Dan moet je gaan staan terwijl de leraar op zijn computer scheetgeluiden afspeelt. Een kind verplichten te springen op steeds sneller wordende muziek op straffe van nablijven, vond de leraar ook een bijzonder goede grap. De leerlingen aanspreken met donut. Zeggen hoe jammer het is dat leraren tegenwoordig hun leerlingen niet meer mogen slaan. Huiswerk stelselmatig niet nakijken. Huiswerk van leerlingen kwijtraken. De leraar en zijn houten stok, die hij veelvuldig hardhandig op tafels en kasten deed neerkomen, waanden zich de heersers in het rijk der machtigen.

Naarmate het jaar vorderde, werd het humeur van de leraar slechter. Het aantal dagen waarop hij goedgeluimd was, was veruit ondergeschikt aan het aantal dagen waarop hij met een gezicht als een oorwurm de dag door snauwde en geheel op basis van willekeur volstrekt ongeproportioneerde straffen uitdeelde. Meisjes hadden onder zijn grillen niet te lijden. Het was algemeen bekend dat meisjes doorgaans uitsluitend positief door de leraar werden bejegend en behandeld. Van de jongens in de klas kwam een aanzienlijk deel uit invloedrijke en/of steenrijke families. De invloedrijke families hadden vaak een flinke vinger in de schoolpap te brokkelen. De leraar moest hen niet tegen zich in het harnas jagen. De rijke families leverden meerdere keren per jaar (kerstmis, de dag van de leraar, einde van het schooljaar) opzienbarend dure cadeaus en waren dus de ook de moeite van het te vriend houden waard. Dat zoon en diens eveneens buitenlandse vriendje zijn voornaamste slachtoffers werden, was dan ook niet verwonderlijk. Een nachtmerrie was het wel.

Nadat ik twee keer een gesprek met de leraar had aangevraagd om op vriendelijke en volwassen wijze een aantal voorvallen te bespreken die zoon zeer hadden aangegrepen en zijn gevoel voor rechtvaardigheid ernstig geweld hadden aangedaan, ging het echt goed mis. De leraar had mij in deze gesprekken gezegd dat hij soms de grenzen van het betamelijke uit het oog verliest. Dat hij lui is en ongeorganiseerd. Dat hij nog een jaar les zou geven en er dan het bijltje bij neer zou gooien. Ik denk dat hij later spijt kreeg van zijn ongepaste openhartigheid en bang was dat ik hogerop mijn beklag zou gaan doen. Opeens begon hij idiote roddels over mij te verspreiden, ongetwijfeld in de hoop dat als ik zou gaan klagen, er gedacht zou worden, “Ah, dat is die ellendige vrouw waar we al voor gewaarschuwd waren.” Tegelijkertijd begon zijn hetze tegen zoon. Hij zat hem op de nek, pikte hem er constant uit. Overstelpte hem met dreigementen. “Waag het niet om je moeder weer te laten komen klagen!” Denigrerende opmerkingen tegen het kind, “Je moeder heeft het vast heel druk met op de bank liggen, drinken en televisie kijken.” Zoon werd steeds stiller, nog introverter dan hij al was. Hij wilde niet meer naar school. Maar ging toch.

We deden ons beklag niet hogerop. Ik vermeed elk contact met de leraar. Na lang wikken en wegen hadden we hiertoe besloten omdat we de man te zeer wantrouwden. Het merendeel van de collega’s van de leraar kon hem weliswaar niet luchten of zien, maar het was ons inmiddels bekend geworden dat hem van hogerhand de hand boven het hoofd werd gehouden op grond van persoonlijke relaties. Een officiële klacht zou tot niks leiden, maar zou het leven van zoon zo mogelijk nog ondraaglijker maken. Gelukkig had zoon naast de leraar in kwestie nog zes andere leraren en leraressen voor vakken als Russisch, muziek en art. Stuk voor stuk dol op zoon, gaven zij hem de steun en motivatie die hem op de been hielden.

Avond aan avond praatten we met zoon over het waarom. Over het wat nu. Zoon had inmiddels hopen vriendjes en wilde niet van school veranderen. Wetende wie zijn leraar het volgend jaar zou kunnen zijn, wilde hij zelfs graag op school blijven. We moesten dus door. Nog vier maanden. Nog drie maanden. Nog twee maanden. We belandden op het punt waarop we onze zoon een denkbeeldig harnas gaven. Elke ochtend deed hij het om, zich beschermend tegen het gepest en de intimidatie van zijn leraar. We gaven hem ook een denkbeeldig sleuteltje, waarmee hij de leraar kon buitensluiten op het moment dat hij een andere wereld binnenstapte, zoals zijn zo geliefde muziekwereld. Het hielp. Hij genoot met volle teugen van zijn drums en zijn gitaar en bleef zelfs academisch uitmuntend presteren. Maar de situatie was absurd en volstrekt onacceptabel. 

Wij voelden ons als ouders ernstig tekort schieten. Je kind elke dag naar school brengen en hem achterlaten op een plek waar hij zich niet veilig voelt, is onbeschrijflijk pijnlijk. Elke middag je kind ophalen met een knoop in je maag, hopend dat er niet weer van alles is voorgevallen, is slopend. Zijn bedrukte smoeltje, zijn gelaten schouderophalen, het gaat door merg en been. En toch zagen we geen uitweg. We wonnen advies in, bestudeerden minutieus alle mogelijkheden om binnen de schoolstructuur de kwestie aan de orde te stellen zonder het welzijn van zoon nog verder onder druk te zetten. Wat doe je? Wat is juist? Welke risico’s neem je? Hoe ver ga je? Hadden we niet toch...? De situatie drukte een grote stempel op ons jaar. En toch schreef ik er niet over. Het gevoel van onvermogen om ons eigen kind adequaat te kunnen beschermen, was te pijnlijk.

Met nog een paar weken te gaan, werd bekend welke leraar zoon volgend schooljaar zal krijgen. Een fantastische man, een kundig leraar en vooral een mens met normen en waarden die geeft om zijn leerlingen en hun onderwijs. We vroegen een gesprek aan met de onderdirecteur van de school en het hoofd van de onderbouw. Ik had van alles wat er gedurende het jaar was voorgevallen, gedetailleerde aantekeningen gemaakt. We maakten melding van elk detail. Ze waren geschokt maar tegelijkertijd niet verbaasd. Zoon was niet zijn enige slachtoffer geweest en de leraar had zich ook op andere vlakken in de vingers gesneden. Zijn reputatie en geloofwaardigheid waren reeds in ernstige mate aangetast. Uit dit gesprek werd duidelijk dat niet alleen voor ons de hand die van hogerop boven het hoofd van de leraar werd gehouden een grote belemmering was. Maar handen komen en gaan.

Volgend schooljaar zal er veel veranderen. Nieuwe bazen. Nieuw beleid. Zoon krabbelt op. Gebutst maar sterk. “Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt hij met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor.  
Juli 2017