woensdag 9 mei 2018

Cirkelrok


Een prachtig stofje, gekocht in India, en elastiek met een vleugje glim, meer heeft een cirkelrok voor een klein en toch ook groot meisje niet nodig. En zon, natuurlijk. Die schijnt volop.



Patroon komt uit "Allemaal Rokjes".  

 


dinsdag 24 april 2018

Tijd om te gaan


Na viereneenhalf uur in een oud busje, ingeklemd tussen zwijgende passagiers en proberend vooral niet misselijk te worden van de slingerende bergweg vol gaten, voelde het als een bevrijding toen we bij de grens uit moesten stappen voor de paspoortcontrole. Met enige weemoed keken we nog een keer om naar de Armeense bergen. Na acht jaar waren we weer even terug in het land waar zoon zijn eerste jaren doorbracht en waar dochter werd verwekt. We waren weer even terug in de stad waar we slechts een kleine twee jaar woonden maar die niettemin onze favoriet is, waar oud en nieuw naadloos in elkaar overlopen, waar alles te voet te doen is en vooral waar de mensen zo vreselijk vriendelijk zijn. We zagen onze oude vrienden weer terug, ons huisje, onze Russische lerares. In een paar dagen tijd werden we met zoveel genegenheid weer in zoveel oude bekende armen gesloten dat een gelukzalig gevoel van nostalgie bezit van ons nam. Ooit, zeiden we tegen elkaar, zullen we weer in Yerevan wonen.

Maar nu riep de plicht en moesten we weer naar huis. Het oude busje stond al klaar aan de Georgische kant van de grens waar we onze reis zouden voortzetten. Een gangetje, twee hokjes met ieder twee douanebeambten en geen rij. De zon scheen en we waren er bijna. Een stempel in man’s paspoort, een stempel in zoon’s paspoort, in dochter’s paspoort, loopt u maar door. Mijn beurt. De douanebeambte keek naar mijn paspoort, keek toen naar mij en vervolgens naar zijn collega. Samen keken ze naar iets dat in hun hokje hing maar dat ik niet kon zien. Ze stelden me een vraag in het Armeens. Vriendelijk antwoordde ik in het Russisch dat ik geen Armeens spreek. Bladzijde voor bladzijde bladerden de mannen tergend langzaam door mijn paspoort heen. Man zond me vragende blikken toe vanaf de andere kant van het klapdeurtje. Ik beantwoordde met een al even vragende blik. De twee beambten in het andere hokje werden er bij gehaald. Vier paar ogen keken me bestuderend aan en keken vervolgens weer naar het iets in hun hokje.

Tot mijn grote ergernis begon ik het warm te krijgen. Nonchalant trok ik mijn vest uit en glimlachte vriendelijk. De mannen praatten nauwelijks maar keken des te meer. Ik dacht terug aan de eerste keer dat we terug gingen naar een land waar we eerder woonden. Zeven jaar na dato reisden we met de kinderen naar het land waar zoon ter wereld kwam, Ecuador. Ook dat was een reis vol herkenning, weemoed en nostalgie. Toen we na twee weken terug wilden vliegen naar Venezuela, werd ik bij de paspoortcontrole tegen gehouden en mocht het land niet uit. Ik kwam terecht in een slechte B-film die drie dagen duurde. In mijn hoofd begonnen alarmbellen te rinkelen. Het zou me toch niet nog een keer gebeuren? Ik had het inmiddels bloedheet. Mijn wangen begonnen te gloeien en waren ongetwijfeld net zo rood als ze aanvoelden.

Aan de andere kant van het klapdeurtje begonnen de kinderen ongeduldig te worden. Ik zag man verwoede pogingen doen om zicht te krijgen op het iets dat de douanebeambten zo zorgvuldig bestudeerden en kennelijk met mij in verband brachten. Hij tuurde het hokje in en ik zag ineens zijn ogen groter worden. Hij keek naar het iets, toen naar mij, weer naar het iets en begon toen te grijnzen. Hoewel dat op zich een geruststellend effect had, waren de mannen in het hokje allerminst aan het grijnzen. Er waren hooguit vier minuten verstreken, maar ik had het gevoel alsof ik daar al urenlang stond, wachtend op de formulering van de aanklacht, met rode wangen en klamme handen die reeds ‘schuldig’ leken te roepen nog voor het proces was begonnen.

Terwijl ze vier man sterk met strenge blik naar mij keken, werd mij wederom in het Armeens een vraag gesteld. Zo vriendelijk en ontspannen mogelijk antwoordde ik nogmaals dat ik geen Armeens spreek. De douanebeambten overlegden met elkaar. Hun blikken gingen nog eenmaal naar mij, mijn paspoort en het iets in het hokje. Toen vertrokken twee van de vier mannen weer naar hun eigen hokje, werd er met ferme druk een stempel in mijn paspoort gezet en ging het klapdeurtje open.

Terwijl we Georgië binnenliepen, sloeg man zijn arm om me heen en lachtte. In het hokje hing een vel papier met daarop vier foto’s van Armeense vrouwen die werden gezocht voor ongetwijfeld ernstige misdrijven. Eén van die vrouwen leek op mij. Of ik op haar. Volgens man was de gelijkenis verbluffend en moest hij zelfs twee keer kijken om zich er van te overtuigen dat de vrouw op de foto de zijne niet was. Lachend hesen we ons in het oude busje, opgelucht onze weg vervolgend.

Inmiddels zijn we weer thuis. Als een bezetene ben ik onze administratieve papierwinkel aan het uitmesten. Mijn grensperikelen hebben er voor gezorgd dat ik zo zeker mogelijk wil zijn dat alles op orde is. Alle rekeningen betaald, geen openstaande parkeerboetes, een lijst met automatische betalingen en abonnementen die opgezegd moeten worden voor we het land verlaten. Ik probeer te achterhalen welke niet-bestaande regeltjes ons in de toekomst zouden kunnen dwarsbomen en hoe ik de lokale instanties kan overhalen om ons op tijd te informeren over op ons van toepassing zijnde regels. Ooit zullen we ook naar ons huidige woonland willen terugkeren om alle plekken te bezoeken waar zoveel dierbare herinneringen liggen.

Ik heb nog twee maanden de tijd om onze drie jaar in Kazakhstan administratief waterdicht af te sluiten. Het is tijd. Tijd om dit prachtige land te verlaten en afscheid te nemen van de seizoenen en de bergen. Een nieuwe bestemming wacht op ons. De komende twee jaar gaan we het Afrikaanse continent ontdekken vanuit Ethiopië om een steentje bij te dragen aan de bescherming en het welzijn van de vele duizenden vluchtelingen. Het is tijd om de koffers weer te pakken.



April 2018

maandag 16 april 2018

De hutkoffer XI


Jaren geleden schreef ik: "Ik heb een grote oude houten hutkoffer. Propvol oude lappen en oude kleding, gescheurd, met onuitwasbare vlekken of om een andere reden niet langer draagbaar. Maar sinds ik naai, bewaar ik nog meer dan voorheen. Je weet immers nooit waar het nog goed voor kan zijn. Ik drijf mijzelf tot wanhoop. Inmiddels zit de hutkoffer dus propvol en slaat de vocht in de inhoud. Tijd voor actie. Er moet gerecycled worden."
 
Tien keer heb ik een item uit de hutkoffer vermaakt tot iets nieuws. Toen kwam de klad er in en ebde de noodzaak weg. Maar nu is het weer tijd voor actie. De hutkoffer moet leeg.  


Dit zomerjurkje kocht ik om het stofje, maar ik droeg het vrijwel nooit. Te kort, de taille net te hoog. Het belandde in de hutkoffer. Toen dochter's oog er op viel, ging ze glimmen. Dat jurkje wilde zij wel hebben.


De verandering lijkt minimaal, maar er kwam heel wat meten, tornen, knippen en stikken bij kijken. Het resultaat was het waard. Kind blij met de jurk, ik blij dat het stofje het daglicht toch nog mag zien. 





 

woensdag 21 maart 2018

Koud

Tot -20°C verandert er niet zoveel en gaat het leven gewoon door. De verwarming wat hoger, muts op, handschoenen aan en een extra laagje crème op het gezicht. Veel kouder dan dat hadden we het hier tot voor kort niet gehad en als het ‘s nachts -20°C was, ging overdag de temperatuur altijd nog een aangenaam aantal graden omhoog. Maar de ‘Russische Beer’ die Nederland onlangs een koude rilling bezorgde, kwam vóór hij naar Europa trok, ook bij ons langs. Het werd kouder dan het hier sinds 1951 was geweest en koud bleek ook daadwerkelijk koud te zijn. Het kwik daalde rap naar de -30°C en kwam daar overdag niet meer dan een paar graden bovenuit. In eerste instantie volgden we met name de temperatuursdaling in het noorden van het land waar het nog 15 tot 20 graden kouder werd dan bij ons. Hartverscheurende foto’s van honden en katten die door de sneeuw wandelend, werden overvallen door de kou en ter plekke doodvroren, werden rondgestuurd als een verzameling levensechte standbeelden waarvan je elk moment verwachtte dat ze hun weg zouden vervolgen. Al snel bleek echter dat we onze aandacht beter konden richten op onze eigen kou, want -30°C bleek toch enige aanpassingen te vergen.

De verwarming kon het niet aan. De temperatuur binnenshuis daalde naar acht graden en bleef daar twee volle weken op hangen. Hoewel mijn gedachten regelmatig uitgingen naar de mensen in de niet geïsoleerde huisjes zonder verwarming, moet ik bekennen toch voornamelijk bezig te zijn geweest met het bedenken van strategieën om die acht graden nog enigszins dragelijk te maken. Zo hielden we binnenshuis muts op en sjaal om, trokken we extra truien aan en stopten onze kruiken niet alleen ‘s nachts in bed maar ook overdag onder de trui. Liters hete thee en soep gingen er door. Ik zette de kinderen regelmatig met hun bordje avondeten in een warm bad. Een enkele keer belandde dat bordje eten ín het bad en zaten ze daar samen in een reuzesoepkom tussen de ronddrijvende spaghetti. Maar koud hadden ze het niet. Vroeg naar bed gaan bleek ook goed te werken. Dikke pyjama, dubbel dekbed, kruik en slapen.

Autorijden bleek bij -30°C geen vanzelfsprekendheid meer. Het starten van de auto resulteerde veelvuldig in niet meer dan een droog kuchje van de motor die met geen mogelijkheid wilde aanslaan. Nog vroeger het warme bed uit om met veel geduld en aanmoediging de auto toch aan de praat te krijgen, werd deel van het ochtendritueel. De antivries bleek en bleef wekenlang stijf bevroren. De condens zorgde voor grote dikke witte wolken uit de uitlaten van de auto’s hetgeen het zicht op de snelweg aanzienlijk verminderde en een aangepaste rijstijl vereiste.

Het was verbazingwekkend hoeveel kouder het kan zijn dan het lijkt. De strakblauwe lucht, witte sneeuw en schitterende zon zagen er uitnodigend uit. Maar schijn bedriegt. We kenden wel de sensatie van koud, van naar buiten gaan zonder de juiste handschoenen en de pijn die je na een tijdje in je vingers krijgt, of de kou aan je oren als ze niet helemaal onder je muts passen. Maar over naar buiten gaan bij -30°C bleek beter te moeten worden nagedacht. Ik ondervond aan den lijve dat een grofgebreide muts geen enkel effect meer heeft. De kou dringt door in de porieën van de muts en zet zijn klauwen in je hoofd en oren. Naar buiten gaan in spijkerbroek zorgt na een paar minuten al voor zodanig brandende benen dat de tranen je in de ogen springen van de pijn. Ondanks het zout lijken die tranen vervolgens al te bevriezen voor ze je wangen hebben kunnen bereiken. Ook het onvermijdelijke vocht in je neus bevriest onmiddellijk zodra je de drempel over stapt. Je mond hou je maar beter dicht. Het is een kwestie van jezelf zoveel mogelijk bedekken met kleding die is opgewassen tegen echte kou. Je muts kies je niet meer om de kleur of het model, maar om de kwaliteit. Elegante handschoenen maken plaats voor hardcore wanten. De sneeuwlaarzen moeten warm zijn en de skibroek dik. De openbare scholen sloten hun deuren maar onze school bleef open. Als gemummificeerde Michelin mannetjes stroomden de kinderen ‘s ochtends de overdadig verwarmde school in. Buitenspelen wordt bij -15°C al afgelast dus pas aan het einde van de schooldag rolden de pakketjes kind weer naar buiten, klaar voor hun avondeten in bad.

Het waren twee lange koude weken. Binnenshuis vervloekte ik de kou, buitenshuis genoot ik er van, nadat ik eenmaal de juiste koudebestendige kledingcombinatie had gevonden. Het was een ervaring die we niet hadden willen missen en die meer indruk op ons maakte dan we hadden kunnen bedenken. Koud is koud, dachten we. Maar je hebt koud en heel koud. Het was heel koud. Nog kouder gaan we niet meemaken. Inmiddels is het kwik weer gestegen. De sneeuw is aan het smelten. De vogels beginnen te fluiten. Het regent, als een aanloop naar het moment waarop straks de wereld om ons heen uit zijn voegen zal barsten van de lust om weer te gaan bloeien. Want hoe koud het ook was, de lente komt.
Maart 2018
 


 

maandag 5 maart 2018

Nog een Nore





De grijs/roze Nore in wafels is een grote favoriet. Ik kocht op de markt in Nederland een metertje blauw met kersjes en herhaalde het succes patroon. De hals maakte ik iets wijder, dat staat zo lekker zomers. En het wordt straks vanzelf weer zomer!

 



donderdag 22 februari 2018

De logeerpartij

Onze zoon van net tien heeft sinds het begin van dit schooljaar een sociaal leven waar rekening mee moet worden gehouden. Het leven van een expatkind gaat niet altijd over rozen. De afwezigheid van opa's, oma's, ooms, tantes, neefjes en nichtjes en bovendien het elke keer weer afscheid moeten nemen van vriendjes en vriendinnetjes kunnen een flinke weerslag hebben op een kind. Het zorgt er ook voor dat, afhankelijk van de culturele context van het woonland, uit logeren gaan geen vanzelfsprekendheid is.

Maar ineens zitten we er dus middenin. Binnen zoon's vriendengroepje zijn logeerpartijtjes aan de orde van de dag. In wisselende samenstelling brengen ze middagen door met videospelletjes, zuignapbrakende geweren, trampoline springen, monopoly en bij voorkeur pizza eten. Vervolgens duiken ze in hun slaapzakken om de volgende ochtend hetzelfde programma nogmaals af te werken. Ik ken de ouders van de vriendjes inmiddels goed en heb dan ook geen probleem met zo nu en dan een logeerpartij.

Na een aantal keer logeren bij de vriendjes kwam het onvermijdelijke moment dat wij 'aan de beurt' waren. Zoon stelde voor om zijn vriendjes allemaal tegelijk uit te nodigen. Mijn eerste reactie was een hartgrondig nee, maar later bedacht ik me dat ik de keuze had tussen een reeks weekenden volgeboekt met telkens een ander logeervriendje, of één weekend volgeboekt met een hele troep logeervriendjes. Hoe meer ik mijn gedachten hier over liet gaan, hoe meer voordelen ik zag in het groepsplan. Zes zelfstandige tienjarige jongetjes die elkaar vermaken, zich zelf aan- en uitkleden, hun eigen tas uit- en inpakken en voldoende goede manieren hebben om mij niet tot wanhoop te drijven. Zoon's hoopvolle blikken deden de rest. De logeerpartij was een feit.

De jongens vermaakten elkaar inderdaad geheel volgens plan. De zuignapbrakende geweren werden uit de rugzakjes gehaald, de videospelletjes kwamen aan bod, er werd monopoly gespeeld en ze sprongen op de trampoline. Ze maakten hun eigen pizza en aten die daadwerkelijk op. Aan tafel bekroop me niettemin het gevoel dat ik de logeerpartij wellicht enigszins had onderschat. Onze vijf gasten waren stuk voor stuk beschaafde, wel-opgevoede jongetjes. Heb je ze één voor één over de vloer, dan gedragen ze zich hier ook naar. Maar in een groep verandert de dynamiek. De tafel was niet groot genoeg voor naast de zes jongens ook dochter en onszelf. De jongens zaten dus met elkaar aan tafel en de supervisie zat op afstand. Deze afstand bleek een stimulerende factor voor onderdrukte neigingen tot kattekwaad. Heel hard en met volle mond boven elkaar uit schreeuwen. Alles met de handen doen. Veel eten op de grond laten vallen. Om de tafel rennen. Zich begraven in de crèmekleurige bank ondanks de met tomatensaus besmeurde handen. Niet meer luisteren naar de supervisie. Wij zijn gezegend met twee rustige kinderen en dit tafereel, in combinatie met mijn drang naar rust en orde, deed me naar adem happen. Zoon, die natuurlijk heel goed weet hoe zijn moeder in elkaar zit, zat braaf heel rustig aan tafel te eten terwijl hij mij zoete glimlachjes toewierp. “Jij bent de coolste mama”, zeiden die glimlachjes. Ik beet op mijn tong en gaf hem een knipoog. “Dat ben ik zeker!”

Tegen de tijd dat de afgesproken bedtijd naderde, nam de opwinding en daarmee de wanorde toe. Iedereen wilde met zijn luchtbedje naast iedereen liggen, pyjamas vlogen door de lucht, evenals de tandpasta. Meewarig vroeg ik mijzelf af wat ik dan had verwacht. Zes tienjarige jongetjes, dat vraagt om een laat-maar-waaien mentaliteit en om een flexibiliteit die ik mijzelf graag zou toedichten maar die duidelijk een roemloos achterhoede gevecht levert in mijn arsenaal aan karaktereigenschappen. Toch kwam ook aan deze dag een eind en slechts twintig minuten na de streeftijd lagen er zes jongetjes rustig in hun slaapzak, vier van hen met de knuffel stevig in de armen geklemd.

Op dag twee werden onze gasten allemaal geheel volgens plan vóór twaalf uur opgehaald. De komende weken ga ik heel bewust genieten van logéloze weekenden, om daarna met nieuwe moed weer een actieve bijdrage te leveren aan het bloeiende sociale leven van onze zoon.
Februari 2017