zondag 11 juni 2017

De kokosnoot

Van het één kwam het ander. Na wat zoeken en klikken zat opeens dokter J. in mijn inbox. Dokter J. is hypnotherapeut en volgens hemzelf de aangewezen persoon om dolende zielen zoals ikzelf wijsheid en innerlijke rijkdom te helpen vinden. Het enige wat ik daarvoor zou moeten doen, is zoveel mogelijk van zijn hypnotiserende sessies kopen en beluisteren en al het goede zal tot mij komen. Om mij hiervan te overtuigen deed hij mij geheel gratis de sessie 'unlimited motivation' toekomen.

Een kat in het nauw maakt onverwachte sprongen en ik besloot dokter J. een kans te geven. Bovendien was ik nieuwsgierig. Het begeleidend schrijven gaf aan dat de sessie beluisterd moest worden voor het slapen gaan, wanneer de luisteraar zich in een veilige omgeving bevindt en door niets of niemand gestoord kan worden. Bovendien zou de sessie gedurende 21 opeenvolgende dagen beluisterd moeten worden voor optimaal resultaat. Ik hield mijzelf voor dat 21 dagen zo voorbij zijn en dat het resultaat groots zou zijn. Rome is tenslotte ook niet op één dag gebouwd.

Op zondagavond leegde ik mijn blaas, nestelde mij op tijd in bed, pakte er een extra kussen bij, dimde het nachtlampje en drukte op start. De zwoele, zalvende stem van dokter J. verwelkomde mij en benadrukte nogmaals dat ik veilig en ongestoord in bed moest liggen. Ik hoorde dokter J. ook mededelen dat de sessie een uur zou gaan duren. Werd ik geacht een uur lang wakker te blijven, moe, veilig en ongestoord in mijn bed? Op dat moment schoot me te binnen dat dokter J. eerder al had vermeld dat het niet erg is als men tijdens een hypnose sessie in slaap valt, omdat we al slapend onbewust toch horen wat er gezegd wordt. Ik was er klaar voor.

Na een korte stilte hoorde ik het geluid van golven in de branding en een ontspannend muziekje begon te spelen. Ogen dicht. Gedachten loslaten. Drie keer langzaam en diep in- en uitademen. Ontspan. Ontspan. Ik bedacht me dat ik de gymspullen voor dochter nog niet had klaargelegd. Ik grijnsde verontschuldigend naar dokter J. Het is even inkomen. Man stootte mij aan en zei streng dat ik het wel serieus moest nemen. Ik deed mijn ogen weer dicht en luisterde verder. De stem van dokter J. nodigde mij uit op reis te gaan met al mijn zintuigen.

Ik ben op het strand. Ik ben op mijn eigen privé-eiland. Een klein eiland. Links en rechts: strand. Achter mij: de jungle. Een ontspannende, vredige jungle. Ik betrap mijzelf erop dat ik direct opstandig denk dat een jungle nou niet bepaald een plek is die ik zou omschrijven als ontspannend en vredig. Maar het gaat er niet om wat ik denk. Ik word geacht helemaal niet te denken op dit moment. Ik moet luisteren en ontspannen. Ik verman mijzelf, ga verliggen en luister verder. We gaan van de verschillende kleuren blauw en groen van het water naar de vorm van de wolken. Het geluid van de golven in de branding en het ontspannende muziekje begeleiden nog altijd de zalvende stem van dokter J. Ik kijk naar de wolken. Ik voel me veilig. Ik luister naar het kalmerende geluid van de golven die breken op de rotsen. Ik loop een klein stukje het water in. De temperatuur is aangenaam en het water om mijn voeten ontspant me. Ik ga het water uit en loop langzaam over het strand naar een paar palmbomen verderop, terwijl ik geniet van deze prachtige dag.

Dan zie ik een kokosnoot liggen. Ik raap de kokosnoot op. Ik tik de kokosnoot met gemak open op een rots. Dokter J. doet goed werk. Ik zie de kokosnoot voor me. Ik zie voor me hoe ik hem opentik. Maar dan zegt dokter J. me aan de kokosnoot te ruiken. Hij ruikt zoet en de geur kalmeert me. In mijn brein beginnen alarmbellen te rinkelen. Ik voel me ontwaken uit mijn bijna-in-slaap-stand. Ik wil niet ruiken aan de kokosnoot. Ik vind kokosnoot verschrikkelijk smerig. Niks kalmerend, niks ontspannend. Ik probeer voor me te zien hoe ik de kokosnoot met een elegante boog het blauwgroene water in gooi. Maar dokter J. praat onverbiddelijk door. Ik breng de kokosnoot naar mijn mond en drink de kokosmelk. Het smaakt verrukkelijk. Mijn mond vertrekt. Het smaakt smerig. Kokosmelk smaakt smerig. Ik ruk de oordopjes uit mijn oren en strompel naar de badkamer. Ik neem een flinke slok water en doe nog een plas. Terug in bed zie ik dat ik ben gekomen tot minuut 10. Nog 50 minuten te gaan. Geheel uit mijn ontspannen staat ontwaakt, besluit ik het bijltje er voor vandaag bij neer te gooien en het morgen nogmaals te proberen.

Voorbereid op de kokosnoot, installeer ik me de volgende avond opnieuw in mijn bed met extra kussen en gedimd nachtlampje. Ver vóór minuut 10 moet ik in slaap zijn gevallen want ik herinner me 's ochtends niets van een tweede confrontatie met de kokosnoot. Op de derde avond besluit ik de sessie te beginnen ná de kokosnoot. Ik spoel door naar minuut 11 en druk op start. Ik val middenin een hangmat. Een zacht wiegende hangmat. Ik merk dat zonder de zorgvuldig door dokter J. opgebouwde ontspanning het effect lang zo kalmerend niet is. Ik druk op stop, draai me om en val in slaap. Op de avonden drie, vier en vijf ben ik wederom diep in slaap voordat ik bij de palmbomen ben aanbeland. Mocht ik inderdaad al slapend alle informatie in mij opnemen, dan ben ik hoe dan ook al goed op weg naar de 'ultimate motivation'.

Op avond zes bereik ik de kokosnoot opnieuw bij volle bewustzijn. Ik voel dat ik in de eerste tien minuten niet wegzak in lome ontspanning, maar alert en met een zekere mate van voorpret lig te wachten op de kokosnoot. Ik heb me voorgenomen om me deze keer niet te laten kisten en probeer uit alle macht het beeld van de palmboom met kokosnoot te verdringen met de gedachte aan een grote boom vol sinasappels. Zoet en sappig. Het mag niet baten. Dokter J.'s kokosnoot dendert genadeloos door mijn sinasappelvisioen en ik ben opnieuw klaar wakker.

Gelaten wis ik dokter J.'s hypnose sessie van mijn telefoon en berg mijn oordopjes op. De hypnotiserende werking van dokter J.'s inspirerende woorden heb ik niet ervaren, de 'unlimited motivation' heb ik niet gevonden, maar ik heb het geprobeerd. Iedere stap is er één.
Juni 2017

woensdag 24 mei 2017

Bomber jacket


Kijk, hier wordt een mens blij van. Goed patroon, goede uitleg, goed stofje en een blij kind. De Ollie bomber jacket van Sew a Little Seam. Ik gebruikte een niet rekbare stof en dat ging prima. Na bestudering van de matentabel maakte ik maat 7 jaar en verlengde de mouwen en voor- en achterpand met 3 cm. 

De stof kocht ik hier in de plaatselijke stoffenwinkel, ecru met ingeweven gekleurde vierkantjes en een vleugje zilverdraad. De jas is gevoerd met geel katoen.

 


 

woensdag 17 mei 2017

Op weg

Een maand of wat geleden dacht ik dat ik mijn toekomst vóór de zomer wel op een rijtje zou hebben. Met nog slechts twee maanden te gaan valt de geboekte vooruitgang tegen en samen te vatten als het tot mij gekomen besef dat ik een middelmatig mens ben dat nergens echt daadwerkelijk goed in is en gefrustreerd rond blijft draven rondom dit toch enigszins deprimerende zelfbeeld. Niet bepaald opwekkend, inspirerend of zinvol. De 31 dagen schrijden voort en de coach doet haar best.

Opdracht vier. Verdoe geen tijd en energie met het strijden tegen permanente problemen die met de beste wil van de wereld niet kunnen worden opgelost. Zoals daar zijn: het aantal uren in een dag, je leeftijd, het karakter van je partner, al wat reeds gebeurd is... Richt je liever op tijdelijke problemen waar je wel invloed op uit kan oefenen. De opdracht was het maken van een lijst met alles waar je tegen aanloopt en dat alles vervolgens duiden als permanente of tijdelijke problemen. Of ik energie bleek te verspillen aan permanente problemen? En of.

Opdracht acht. Ban de snooze knop. De gedachte hierachter is dat je door het snoozen weer terugvalt in een slaapcyclus die vier uur duurt waardoor je dus een deel van de dag je niet optimaal voelt en minder productief bent. De nacht voor mijn snoozeloze ontwaken, sliep ik verbijsterend slecht. Door de bovengemiddelde vermoeidheid waar ik al sinds jaar en dag mee kamp, is opstaan voor mij een dagelijks terugkerend moment van wanhoop en frustratie. Mijn tien snoozeminuten bereiden me voor op het uit bed slepen van mijn onwillige lijf en de al even onwillige geest. Het idee dat ik bij het klinken van het alarm direct mijn bed uit zou moeten, bracht een niet voorzien gevoel van paniek teweeg. Ik schrok de hele nacht om de haverklap wakker om de tijd te checken en te berekenen of ik de vier uur durende slaapcyclus nog wel vol zou kunnen maken voor ik om kwart over zes mijn bed uit zou moeten springen. De ochtend van opdracht acht heb ik niet gesnoozed, maar productief voelde ik me die dag evenmin.

Opdracht negen. Neem vóór half acht 's ochtends een half uur tijd voor jezelf. De coach hoeft vast niet elke ochtend om kwart over zeven de deur uit om twee gevoede en aangeklede kinderen op tijd op school af te leveren.

Opdracht dertien. Bouw aan optimisme. Ga uit van andermans goede bedoelingen. Ook dit was weer een confronterende dag. Een app die wel werd gelezen, maar niet werd beantwoord. Een idioot in een auto die bijna een ongeluk veroorzaakte. De misprijzende blikken van de in Prada geklede moeder op het schoolplein. Een afspraak die schijnbaar zonder reden werd afgezegd. Het voelde volstrekt geforceerd om iedere keer met een positieve gedachte mijzelf er van te overtuigen dat de persoon in kwestie vast geen kwade bedoelingen had en dat er vast goede redenen waren voor de reactie van de ander. Maar het punt was gemaakt. Bouw aan optimisme.

Opdracht achttien. Als je gestresst bent, is jezelf isoleren het laaste wat je moet doen. En niettemin het eerste wat ook ik doorgaans doe. Lekker in mijn eentje zitten kniezen. De opdracht: De komende dagen tijd doorbrengen met drie mensen die je energie geven. Ik deed er tien dagen over maar bracht tijd door met drie dierbaren en inderdaad, dat resulteerde in goede gesprekken, groot plezier en een gedeelde traan.

Opdracht twintig. 'Success is a numbers game'. Success vergt heel veel keren proberen en heel veel keren falen. Ik knikte instemmend tegen de email die me deze wijsheid bracht. Tegelijkertijd besefte ik dat de boodschap direct een zekere mate van weerstand in mij oproepte. Tegen de tijd dat ik heel veel keren heb geprobeerd en heel veel keren heb gefaald, kan ik linea recta met pensioen. Maar dat is ten eerste klagen - niet toegestaan volgens de coach - en ten tweede klagen over twee permanente problemen - tijd en leeftijd - en dus verspilde energie, aldus de coach.

Opdracht tweeëntwintig. Ontdek waar je passie ligt. Stap één: maak een lijst met alles waar je een hekel aan hebt. Dus: maakt het moeten aandragen van vernieuwende ideeën je zenuwachtig en ben je liever degene die ideeën uitvoert? Of draag je graag vernieuwende ideeën aan maar vind je de uitvoering ervan ingewikkeld? Werk je graag alleen of in teamverband? Ben je graag de teamleider of juist de meest waardevolle speler in een team? Sta je graag in de belangstelling of liever op de achtergrond? Ik moet van deze opdracht nog werk maken. Vooralsnog staan er slechts twee dingen op mijn 'hekel aan' lijst: schoonmaken en werken voor of met incompetente betweters. Ik ben me er bewust van dat hier nog niet direct een duidelijke passie doorheen schemert.

Opdracht zevenentwintig. Motivatie is onzin. Als je wacht tot je je gemotiveerd voelt, zul je nooit veranderen. Verandering is moeilijk, eng en onzeker. Verandering eist dat je je buiten je comfortzone begeeft. Daar heeft een mens over het algemeen geen zin in. Verandering vereist actie, juist als je daar eigenlijk niks voor voelt. Kortom, stop met wachten tot je je gemotiveerd voelt. Je hebt zelf de controle over wat je denkt en de beslissingen die je neemt. Deze wijze woorden voelden als de zogenaamde schop onder de kont. Bouwend aan optimisme, bereid om te proberen en te falen en klaar om mijn nieuwe passie te ontdekken, besloot ik mijn zoektocht naar een nieuwe, overal uitvoerbare carrière met dubbele energie en snelheid te intensiveren.

En dus schafte ik het Handboek Voor Schrijvers aan. Dat doe ik immers echt heel graag, schrijven. Maar halverwege het boek zonk de moed me in de schoenen. Ik ben immers niet druk bezig met een fantastische literaire roman of een pakkende thriller. Ik schrijf huis-, tuin- en keukenstukjes waar de wereld niet op zit te wachten. Ik las het Handboek op zaterdagochtend in de auto, op weg naar 'the middle of nowhere', naar de zingende duin en de gekleurde bergen midden op de uitgestrekte steppe van ons enorme land waar zoveel te ontdekken valt. Geen schrijver dus. Een schaapsherder komt voorbij gegalopeerd. Zou dat iets zijn? Een beroep in de natuur, ver weg van alles en iedereen? Als we bij onze slaapplaats aankomen, blijken er niet genoeg bedden in de voor ons gereserveerde kamers aanwezig te zijn. Ik vraag me af hoe moeilijk het kan zijn om drie kamers klaar te hebben voor drie families, elk bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen, precies zoals was doorgegeven en bevestigd. Receptioniste, zou dat iets zijn? Als ik de volgende dag foto's van de zingende duin en de gekleurde bergen naar de familie in Spanje stuur, jubelen ze dat ik altijd van die prachtige foto's maak. Landschapsfotograaf, zou dat iets zijn? 's Avonds schuif ik aan voor het traditionele rijstmaal op m'n sandaaltjes die van ellende uit elkaar vallen. Ik blijf ze dragen omdat ik nergens sandaaltjes kan vinden die voldoen aan al mijn eisen. Schoenenontwerpster, zou dat iets zijn?

Als ongeleide projectielen schieten mogelijkheden en onmogelijkheden door mijn hoofd. Van een gestructureerd plan van aanpak is na bijna 31 dagen vol wijsheid nog geen sprake. Gelukkig is het online aanbod aan inspirerende peptalks voor de dolende mens, cursussen voor vastgelopen carrièrewisselaars en handleidingen voor gefrustreerde expats groot. De meeste coaches raden op hun website, blog, facebookpagina of youtubekanaal aan vooral een professionele coach in de hand te nemen. Dat zou ik ook doen als ik coach was. Toch denk ik dat ik het zelf zou moeten kunnen. Hoe confronterend soms ook, de wijsheden die de afgelopen weken tot mij zijn gekomen, waren mij niet onbekend. Met nuchter verstand kom je een eind. Maar theorie is en blijft uiteindelijk theorie. Zeggen de coaches niet allemaal dat het uiteindelijk een kwestie is van 'mindset'? Van doen? Van actie? Die zal ik uiteindelijk toch zelf moeten ondernemen.

Vanmiddag had ik op het schoolplein een interessant gesprek met een leraar. We spraken over de wereld, over bijgedragen steentjes en druppels op de plaat. Ik voelde de passie in mij oplaaien. Hij vond mij een bevlogen 'mensen-mens'. Iemand die in de humanitaire hoek goed uit de verf zou komen. Maar laat die humanitaire carrière nou net hoog in de wilgen hangen...
Mei 2017

(@melrobbins, #5secondrule)

maandag 1 mei 2017

Gingerbread


Zoon moet elke dag in overhemd naar school, met pantalon, stropdas en blazer, maar in zijn vrije tijd draagt hij het liefste T-shirts. Jaren geleden maakte ik een gingerbread overhemd van Homemade Mini Couture voor hem en die droeg hij altijd met plezier. Het is een informeel hemd, heel basic en bovendien niet ingewikkeld om te maken. Kortom, perfect geschikt voor hem en mij.



  

 
 


maandag 24 april 2017

Klaagzang

M. en ik leerden elkaar een half jaar geleden bij toeval kennen. Ze is acht jaar ouder dan ik en heeft twee kinderen die de universiteit hebben afgerond en elders op de wereld wonen. M. is Engelse en wisselt al twintig jaar lang om de zoveel jaar van woonland. M. en ik lijken veel op elkaar. We denken hetzelfde en staan op dezelfde manier in het leven. Ook delen we onze sores. Onze carrières zijn aan de wilgen gehangen en nu lopen we met onze ziel onder de arm. Op zoek naar een nieuwe richting, een nieuw doel, een nieuwe project. In dit land waarvan we de taal niet voldoende beheersen, blijkt dit veel moeilijker dan we voor mogelijk hadden gehouden. We hebben beide een specifiek profiel waardoor we niet eenvoudig onze carrière een duw in een geheel andere richting kunnen geven. Bovendien zoeken we een richting die we niet alleen nu, maar ook straks in een volgend land en het land daarna kunnen blijven volgen. Kortom, we hebben het gevoel dat we vast zitten. Van een afstand lijkt het alsof ons leventje op rolletjes loopt en we alle vrijheid hebben. “Jullie hebben gewoon altijd vakantie, zou ik ook wel willen”. Het fijne van onze vriendschap is, dat we in hetzelfde schuitje zitten. We weten dat de rolletjes niet altijd soepel lopen. Van een afstand valt dat wellicht moeilijk te begrijpen, maar omdat wij er allebei middenin zitten, begrijpen we elkaar, zonder vooroordelen en venijn.

In de zoektocht naar mogelijkheden, inzicht en motivatie, liep M. aan tegen een coach die je gedurende een maand elke dag een korte video stuurt met daaraan gekoppeld een opdracht. Moest ik ook proberen, zei ze. De theorie was weliswaar niet nieuw en eigenlijk weten we het allemaal al, maar de opdrachten maken dat je het kwartje niet alleen ziet, maar ook daadwerkelijk voelt vallen. Ik registreerde me en ontving diezelfde dag de eerste video met de eerste opdracht. Kort door de bocht gezegd, de eerste opdracht luidde 24 uur lang geen geklaag. Niet hardop, niet in je hoofd. Geen geklaag. Vanaf het moment van wakker worden tot aan het weer in slaap vallen, geen geklaag.

De wekker gaat om zes uur. Zoals iedere ochtend begroet mijn gezicht het gepiep met een van wanhoop vertrokken grimas. Niet nu al... Ik ben moe... Ik heb hoofdpijn... Dan schiet me mijn opdracht te binnen. In nog geen tien seconden al drie keer geklaagd. Goed begin. Ik probeer, met mijn ogen nog dicht, te glimlachen. Het lijkt alsof mijn huid strak op stand ontevreden staat, het voelt alsof ik die glimlach er op moet beitelen. Na een minuut of tien, sleep ik mijzelf naar de badkamer. Ik heb echt hoofdpijn, al een week of twee. Is dat klagen of is dat het constateren van een feit? Ik hou het op het laatste om de moed er in te houden. Het ontbijt verloopt gemoedelijk, en zonder al te veel gemopper lukt het me de kinderen op tijd op school af te leveren. Thuis wacht de hond me enthousiast op. Ik loop met haar de tuin in en zie al direct twee hondendrollen liggen. Gisteren was man aan de beurt om de tuin te checken en waar nodig te ontdoen van hondenpoep. Geniepig snel hoor ik mezelf klagen dat man eens moet gaan doen wat hij belooft. Ik probeer het goed te maken door er heel snel achteraan te denken dat hij heus zijn best doet en dat ik niet kan verwachten dat mijn wil altijd wet is, maar klacht nummer vier is niettemin genoteerd.

Als ik later achter de computer zit en probeer foto's te ordenen, emails te beantwoorden, mijn CV te actualizeren en blogs te lezen, vertel ik mezelf heel bewust dat ik blij mag zijn dat onze oude computer dit allemaal nog kan. Ik glimlach. Ga naar het toilet. Neem een slok thee. Eet een koekje. En sla dan met mijn vuisten op tafel en bijt de computer toe dat hij zo traag als dikke stront is en dat een beetje computer toch vier dingen tegelijk zou moeten kunnen doen. Ik herpak mezelf en doe de rest van de ochtend nog meer mijn best om niet te klagen. Maar als ik langs de koelkast loop, moet ik de neiging onderdrukken om chagerijnig te verzuchten dat ik natuurlijk ook weer moet koken vandaag. Als ik per ongeluk in de spiegel kijk, wil ik het liefst mijn tong uisteken. Als de (zwarte) hond tegen de (crèmekleurige) bank staat te schuren, voel ik weer een klaagzang omhoog borrelen.

's Middags belt M. Hoe het gaat vandaag. Ik mag niet klagen, antwoord ik. Ik hoor haar lachen. Valt niet mee hè? Nee, het valt niet mee. Het is een brute confrontatie met mijn negatieve ik. Ik heb de hele dag nog geen mens gezien, maar ik klaag lustig door. De hoeveelheid negatieve gedachten wint het van de hoeveelheid positieve gedachten. Ik blijk er verdraaid goed in te zijn om overal een negatieve draai aan te geven. Ik wist natuurlijk wel dat ik de laatste tijd niet onverdeeld positief door het leven huppel, maar terwijl ik gisteravond nog dacht dat een dag zonder klagen geen probleem zou zijn, weet ik nu dat mijn dag in werkelijkheid van geklaag aan elkaar hangt. Confronterend. Nu ik me er bewust van ben, is er werk aan de winkel, dat de 24 uur ver overstijgt.

's Avonds vindt man me aan de keukentafel. Uitgeput staar ik voor me uit. Als hij vraagt hoe mijn dag was, begin ik direct te klagen over hoe moeilijk het is om niet te klagen. Hij grijnst. Hij was vanochtend enthousiast vertrokken en nu ik mezelf de hele dag heb horen klagen, kan ik me voorstellen dat het vooruizicht van een niet-klagende echtgenote hem wel aanstaat. Hou vol, is dan ook zijn boodschap. Morgen is er weer een dag.

Ik besluit de risico's voor de laatste uren van deze dag tot een minimum te beperken en nestel me in bed met een boek. Vroeger dan gebruikelijk doe ik het licht uit en mijn ogen dicht. Nog 30 dagen te gaan.
April 2017

maandag 17 april 2017

Paspelrokje


Van de stof van de rits-capuchon trui was nog precies een stukje over dat genoeg was voor nog een rokje voor dochter. Gevoerd en al is het inmiddels al bijna te winters, maar gelukkig heeft ze hem al regelmatig gedragen. Patroon uit Allemaal Rokjes.

Het kind heeft geen zin in foto's op de momenten dat het zou kunnen, maar dit stuk lijf op een stok is geduldig en meegaand.

Het naaien staat wat op een laag pitje. De handen en het hoofd zijn momenteel te druk om rust te vinden. Alles op zijn tijd, hoop ik dan maar.
 





donderdag 16 maart 2017

Visumvreugde

Als West-Europeanen hebben we het visum-technisch niet slecht. We kunnen een aardig deel van de wereld bereizen zonder daarvoor een visum nodig te hebben. Als ik om me heen kijk, een groot voorrecht. Maar sinds we in centraal-Azië wonen, hebben ook wij te maken met de noodzaak tot het bemachtigen van visa, willen we ook in dit deel van de wereld nieuwe, interessante landen ontdekken. En dat is nou precies ons plan voor de aankomende voorjaarsvakantie. Velen brengen vanuit hier hun vakantie door aan de Thaise stranden, maar wij wilden wat meer actie. Bovendien ligt Thailand dan wel op hetzelfde continent, maar toch bepaald niet naast de deur. Wat wel naast de deur ligt, is ons buurland China. Een wereld op zich, die de kinderen al tijden tot de verbeelding spreekt en ook ons intrigeert. Een rechtstreekse betaalbare vlucht van vier uur en vanalles te zien en te doen. De beslissing was snel gemaakt: China zou het worden. Onmiddellijk kregen we van alle kanten adviezen, aanbevelingen en vooral ontmoedigingen. De luchtvervuiling, het weer, de mensen, de hoeveelheid mensen, maar vooral: het visum. Het verkrijgen van een visum voor China had menigeen kopzorgen bezorgd en velen doen afzien van een reisje naar China. Maar wij lieten ons nergens door afschrikken. Wij zouden het visum aanvragen, het visum krijgen en naar China gaan.

Mijn eerste bevindingen waren hoopvol. Het consulaat bleek op nog geen tien minuten lopen van ons huis te zijn gevestigd. Op internet had ik gelezen dat met grote regelmaat voor langere periodes geen visa worden verstrekt aan buitenlanders. Zij die de nationaliteit van ons woonland hebben, kunnen in die periodes wel een visum bemachtigen, maar een ieder ander valt buiten de boot. Mijn eerste telefoontje met het consulaat bevestigde tot mijn genoegen dat ze Engels sprekende medewerkers hebben en momenteel visa verstrekken aan buitenlanders. De vereisten bleken alleszins redelijk. Ik zag het zonnig in. Twee weken na mijn eerste contact, belde ik nogmaals om wat nadere opheldering te vragen over met name het aanvraagformulier dat slechts in het Russisch en het Chinees verkrijgbaar was. Dit keer werden mij aanzienlijk verdergaande vereisten medegedeeld. Een papierwinkel waar je U tegen zegt, waarvan een deel schier onmogelijk leek. Inmiddels hadden we onze vluchten reeds geboekt en de hotels gereserveerd, want zonder geboekte vlucht en gereserveerde hotels wordt je visumaanvraag subiet afgewezen. We begonnen hem dus enigszins te knijpen. Gelukkig werd ik in mijn derde telefoongesprek met het consulaat weer gerustgesteld: de vereisten die mij in eerste instantie waren medegedeeld waren de juiste.

We gingen over tot de volgende stap. Het maken van de pasfoto's. We waren al gewaarschuwd dat het met de foto's heel erg nauw kwam. Ik kan me herinneren dat dat ook het geval was toen we voor onze Nederlandse paspoorten foto's moesten laten maken, dus voorbereid gingen we op pad. Het winkeltje waar we doorgaans onze foto's laten maken, kende de Chinese vereisten wel en verzekerde ons dat het goed zou komen. Dochter op de foto, haren in een vlecht, oren vrij, witte achtergrond, niet lachen. “Ik zal weer als een crimineel-in-de-gevangenis kijken, mama, ok?” Klik, dochter's boeventronie vastgelegd. Zoon op de foto. Zijn oren zijn altijd vrij en het zou slechts moeite kosten om hem wel glimlachend op de foto te krijgen, dus dat was snel gepiept. Toen ik op de foto. Haren achter de oren, niet lachen, klik. De dame van het winkeltje werkte de foto's van de kinderen iets bij, totdat alles precies op de juiste plek zat en er geen haartje meer piekte. Vervolgens ging ze met mijn foto aan de slag. De kinderen stonden er geinteresseerd naar te kijken. “O kijk mama, ze haalt al je haren weg! En je wallen! En je kleren!” Ik was kennelijk allesbehalve China-proof. In nog geen vijf minuten tijd was ik geheel getransformeerd. Van mijn toch al niet overdadige haardos was vrijwel niets meer over. Mijn wallen waren weggepoetst. De trui die ik aanhad was vervangen door een bruin mannenoverhemd. Ik zag er streng uit, als een soldaat strak in het gelid. Tevreden drukte de mevrouw van het winkeltje onze foto's af. Zo was het goed. Met afgrijzen naar mijn nieuwe ik starend, nam ik de foto's in ontvangst. Op hoop van zegen.

Met het Chinese nieuwjaar op komst, belde ik nogmaals naar het consulaat om te vragen wanneer ze dicht zouden zijn. De mevrouw deelde mij de data mede en vroeg of we alle papieren hadden verzameld, waaronder de uitnodiging van Chinese zijde, bankafschriften, verklaring van goed gedrag en gegevens van familieleden die in het woonland achterbleven. Ik begon te zweten. Nee, dat hadden we allemaal niet, want dat was toch niet nodig. We hadden het aanvraagformulier, foto's, kopieën van paspoorten, vliegtickets, hotelreserveringen, geboortecertificaten, trouwcertificaat en kopieën van onze diplomatieke passen. Bij het horen van het woord diplomatiek veranderde de toon en deelde mevrouw ons mede dat het dan waarschijnlijk wel in orde zou zijn. Maar 'waarschijnlijk' garandeerde mij geen goede nachtrust. Ik vroeg mijn man de volgende dag om ook het consulaat te bellen om te vragen wat de visumvereisten zijn. Ik raadde hem aan er niet bij te vermelden dat zijn vrouw al eerder had gebeld: we wilden een onafhankelijk antwoord. Het eerste wat de mevrouw van het consulaat hem vroeg was of zijn vrouw uit Nederland wellicht al eerder had gebeld. Op heterdaad betrapt. Vriendelijk bevestigde de mevrouw dat dankzij onze diplomatieke status in ons woonland de basisvereisten op ons van toepassing waren. Ik hoefde nog slechts op maandagochtend in de rij te gaan staan om de aanvraag af te geven en op de daarop volgende maandag in de rij te gaan staan om de visa op te halen. Soms is het diplomatieke hokje handig. Het zou gaan lukken.

De laatste hobbel lag voor me, klaar om genomen de worden. De rij. Ik had van verschillende kanten gehoord dat het consulaat open is voor publiek van negen tot twaalf. Wie om twaalf uur niet binnen is, kan onverrichterzake weer naar huis. Je moet dus zorgen dat je vroeg in de rij staat. Negen uur is te laat: uiterlijk om acht uur aanschuiven, verzekert je van een plaats aan de juiste kant van de deur. We hadden weinig speling omdat zowel mijn man als ik nog op reis moesten en ons paspoort dus nodig zouden hebben. Die maandag zou het moeten lukken. De weersvoorspelling gaf aan dat het min 19 graden zou zijn om acht uur 's ochtends. Ik zou waarschijnlijk een uur of drie in de rij moeten staan. Voor geen kleintje te vangen, vulde ik mijn rugzak met een thermoskan hete thee, handen en voetenwarmers voor in de wanten en laarzen en een boek. Ik trok twee thermoshirts met lange mouwen aan, twee thermobroeken en daaroverheen mijn skibroek en -jas. Sjaal, muts, wanten, sneeuwlaarzen. Klaar om te gaan. Er stond al een aardige rij toen ik aankwam, maar ik schatte in dat het me zou lukken om voor twaalf uur binnen te zijn. Tot mijn verbijstering was ik de enige plofkip in de rij. De enige buitenlander ook. Iedereen om mij heen had een spijkerbroek aan, of een nette pantalon. Schoenen, een gewone winterjas, een enkeling had een muts op. Ze wreven hun handen warm, hupten wat op en neer, maakten een praatje met hun buurman of -vrouw en wachtten geduldig. Ik las stoicijns mijn boek maar bibberde van binnen van de kou. De thee durfde ik uiteindelijk niet te drinken, want stel dat ik naar de WC zou moeten.

Na slechts twee uur wachten mocht ik naar binnen. Ietwat nerveus gaf ik alle documenten aan de dienstdoende dame. Die glimlachte mij minzaam toe en wist uiteraard precies wie ik was. Na een minuut of tien kwam het verlossende woord: alles was in orde, ik kon de volgende maandag de paspoorten met visa komen ophalen. Eenmaal buiten en het hoekje om verscheen er een belachelijke grijns op mijn gezicht. Gelukt! Het feit dat ik nog naar de andere kant van de stad moest om de visa bij de Chinese bank te gaan betalen – iets dat mij normaal gesproken niet heel blij zou maken – kon me niets schelen. Ik sprong in een taxi, betaalde de visa en sprong in een taxi terug naar huis. Het voelde als een overwinning, als een ongelooflijke prestatie. We zijn verwend. Terugkijkend kostte het een paar telefoontjes, een slapeloze nacht, een paar sessies met een Russisch sprekende vriendin om het aanvraagformulier juist ingevuld te krijgen, een interessante fotosessie, wat kopieerwerk, een koude ochtend en een taxiritje naar de bank. De paspoorten met visa liggen klaar. Morgen vertrekken we. Op naar China.
Maart 2017

maandag 6 maart 2017

Kussentjes


Voortdurend op zoek naar eenvoudige ideetjes voor 'mijn' jongeren, maakte ik van wat restjes twee streelzachte kussentjes. Uiteraard direct geconfisceerd door mijn kinderen. 




zondag 26 februari 2017

Cultureel bewust

Cultuurverschillen. Ik kan nogal eens suggestief met de ogen rollen als man zich - in mijn ogen – typisch Spaans gedraagt en verzuchten dat de cultuurkloof tussen ons soms onoverbrugbaar lijkt. Maar uiteindelijk is er, op een aantal behapbare cultuurverschillen na, vooral sprake van karaktereigenschappen die weleens willen botsen. Interessant genoeg (lees: frustrerend genoeg) blijken cultuurverschillen tussen ons niettemin een flinke sta-in-de-weg op het moment dat we voet zetten op Spaanse bodem. Alle Spaanse culturele cliches stromen dan ineens uit al man's porieën. Zoals we de dingen thuis doen, doen we ze niet in Spanje, lijkt zijn credo. De liefdevolle maar ook knellende familieverplichtingen, de late diners, de eindeloze lunches, de late kinderbedtijd, de hoeveelheid ongezond goed... ik neem mij al tien jaar lang voor om het maar gewoon over me heen te laten komen, die paar weken per jaar dat we in Spanje verblijven, maar tot op heden heb ik dat niet langer dan maximaal vier dagen volgehouden. Vier dagen tot het barsten van de bom. Vaste prik. Doorgaans hebben we evenwel, zoals gezegd, meer te maken met karakterverschillen dan met een cultuurkloof.

In mijn werk had ik dagelijks te maken met cultuurverschillen. Werken in verschillende landen met en voor mensen uit alle mogelijke windstreken leidt vanzelfsprekend tot frequente ontmoetingen met andere culturen. Aan 'cultureel bewustzijn' geen gebrek. Sinds ik niet meer werk, is het er cultuurtechnisch evenwel wat eentonig op geworden. Een nieuw woonland betekent uiteraard een nieuwe cultuur, maar dat went snel. Je bent er namelijk dag en nacht in ondergedompeld en 'nieuw en anders' is algauw 'gewoon'.

Een aantal gewoonten in ons huidige woonland hebben mij niettemin in het begin wel even naar adem doen happen, 'cultureel bewustzijn' ten spijt. Ik herinner me dat de garagedeur van ons huis aan het einde van de zomer werd omgezet van handmatig naar automatisch. De technicus was, samen met de huisbaas, gearriveerd. Ik had de deur voor ze open gedaan en medegedeeld dat ik om het hoekje, op nog geen zes meter afstand, op het terras met mijn kinderen zat te ontbijten. Nog geen kwartier later belde man mij op vanaf zijn werk. De huisbaas, die dus net om het hoekje nog geen zes meter van mij vandaan stond, had hem zojuist gebeld en gevraagd of hij - man - mij zou willen vragen of ik de auto uit de garage zou kunnen rijden. Mijn eerste reactie was, positief uitgedrukt, verbaasd. Het is in de loop van de daarop volgende maanden wel enigszins bijgetrokken, maar nog altijd gebeurt het dat ik de huisbaas een vraag stel en straal genegeerd word. Hij doet zaken met man. Ik heb me er bij neergelegd en zie tegenwoordig vooral de voordelen: ik hoef me niet bezig te houden met huistechnisch geregel als er reparaties nodig zijn, als er werklui langs moeten komen of als de huur betaald moet worden.

Ook de schooldokter heeft mij herhaaldelijk naar adem doen happen. Van het lachen. Beide kinderen waren afgelopen nazomer en herfst meerdere malen geveld door een hardnekkig virus dat plotselinge hoge koorts veroorzaakt, waardoor ik regelmatig werd opgebeld door de schooldokter met het verzoek om zoon dan wel dochter te komen halen. De oorzaak van een verkoudheid of een griep ligt hier volgens lokale overtuiging evenwel niet uitsluitend bij een virus. Dat virus is slechts bijzaak. In september was zoon ziek geworden. Het was nog altijd ruim dertig graden en volop nazomer. Ik werd gebeld door de schooldokter. Toen ik op school aankwam, stond ze me al op te wachten. Handen in de zij, boze blik. “Je zoon is ziek”, zo deelde ze mij nogmaals mede. “Hij heeft mij verteld dat hij gisteren een ijsje heeft gegeten. Daardoor is hij nu ziek.” Ik keek haar glazig aan. Het was de vorige dag bloedheet en we hadden inderdaad een ijsje gegeten. Meende ze nou werkelijk dat zoon door dat ijsje nu koorts had, dat dat ijsje de griep had veroorzaakt? Ze meende het werkelijk. Ze was er van overtuigd. Buiten haar gezichtsveld heb ik heel hard gelachen. Zoon moest ook lachen. De dokter had ons namelijk ook nog op het hart gedrukt dat hij de komende drie dagen onder geen beding mocht douchen of badderen. Spekkie naar zoon's bekkie.

Dan is er ook nog de kwestie van de ouderen. Laat ik voorop stellen dat ik mijzelf beschouw als een welopgevoed en beleefd mens met groot respect voor ouderen. De ouderen hier maken het evenwel vaak moeilijk om beleefd te blijven. Veel ouderen - maar uiteraard niet alle ouderen - lijken hier namelijk helemaal niet welopgevoed, beleefd en respectvol. Deze situatie doet zich met name voor in de rij. In de rij voor de kassa in de supermarkt. In de rij om de bus in of uit te stappen. In de rij voor de skilift. In de rij in de bank. Op het postkantoor. Voor het stoplicht. In elke willekeurige rij. Zonder pardon wringen de ouderen zich met harde elleboog naar voren. Ze trappen op je tenen, duwen je omver, gaan aan je tas hangen, kijken je aan met dodende blik, porren je hardhandig met de wandelstok, en stoten zonder zich van iets of iemand iets aan te trekken door naar voren. Het schijnt dat ouderen dit gedrag hebben meegenomen uit het oude Soviet tijdperk. Destijds waren er rijen voor vrijwel alles en deze rijen waren zo lang dat je weinig gedaan kreeg als je geduldig in een rij bleef wachten tot je aan de beurt was. Maar als ik in een rij sta met slechts twee mensen voor me, word ik net zo goed uit de weg gemaaid als wanneer ik in een rij sta met veertig mensen voor me. Ik doe hard mijn best om het getrek, geduw en gepook vredelievend te aanvaarden - cultureel bewustzijn is een deugd -, maar ik voel een hevige 'mij krijg je niet omver' reactie in mij opwellen als ik van pijn naar adem hap nadat ik weer zonder waarschuwing een harde elleboog in mijn zij, een trap tegen mijn been of een wandelstok in mijn rug heb gekregen.

Ik ben inmiddels gewend aan de mijns inziens nogal vreemde geneeskundige opvattingen van de schooldokter. Ik aanvaard het feit dat onze huisbaas een vriendelijke man is die zich bij voorkeur tot mijn echtgenoot richt. Maar als ik in de rij staat en een oudere spot, ren ik nog altijd het liefst heel hard weg.

Februari 2017

zondag 12 februari 2017

Winterrok


Dochter wilde graag een winterrokje. Ik had het perfecte stofje al jarenlang liggen, zwart met rood-roze sterretjes. Om me er niet te gemakkelijk vanaf te maken, koos ik voor een plooirokje zonder elastiek, maar met rits, knoop en riemlusjes, met dank aan 'Allemaal Rokjes'.